Omdat Future Up een non-profit stichting is die draait op bijdragen van partners, vragen we je partner te worden om samen met ons natuurlijk in te gaan kopen. Wij begeleiden je bij het maken van afspraken en kunnen je adviseren over wat er nodig is. Ga naar onze website om meer te weten te komen over het partnerschap.
Omdat Future Up een non-profit stichting is die draait op bijdragen van partners, vragen we je partner te worden om samen met ons natuurlijk in te gaan kopen. Wij begeleiden je bij het maken van afspraken en kunnen je adviseren over wat er nodig is. Ga naar onze website om meer te weten te komen over het partnerschap.
De Zonneboog is een gemengde boerderij in Flevoland met een geschiedenis die teruggaat tot 1971. Wat begon als akkerbouwbedrijf, groeide in de jaren tachtig uit tot een breder bedrijf met koeien om de kringloop beter te sluiten. Martijn liep hier als zestienjarige al rond tussen het land en het vee. Sinds 2000 staan wij samen aan het roer en bouwen we verder op wat hier is neergezet.
We telen uien, bloemkool, erwten, granen, aardappelen, spinazie, pompoen, kervel en goudsbloem. Op het erf lopen koeien, varkens en kippen, en we houden bijen. Die diversiteit is geen hobby, maar een bewuste keuze. Hoe meer onderdelen op elkaar aansluiten, hoe sterker het bedrijf.
We werken volgens biologisch-dynamische principes. Dat betekent dat we het bedrijf zien als één geheel waarin mens, dier, plant en bodem elkaar beïnvloeden. Dat vraagt aandacht en vakmanschap. Maar het levert ook wat op: een bedrijf dat in balans draait en klaar is voor de volgende generatie.
Vroeger was het heel normaal dat je werkte met de natuur. De kennis van toen is langzaam verdwenen, dus er valt nog genoeg te leren. We weten nog niet half hoe knap de natuur is met zijn wonderlijke samenwerkingen
- Monique Schieman
“We laten de bodem zo veel mogelijk met rust zodat het bodemleven zijn gang kan gaan. De bodem voeden we met vaste mest van onze eigen koeien en groenbemesters die de bodem ook tussen gewassen bedekt houden. De groenbemester die we gebruiken is een mix van vlinderbloemige gewassen, dat zijn gewassen die van nature stikstof in de bodem binden. Onkruid bestrijden we door het bewerken met machines of met de hand, altijd zonder chemische middelen. We proberen zo min mogelijk met zware machines het land op te gaan en wachten de juiste weersomstandigheden af: de bodemgezondheid staat voorop.”
“We hebben zo’n 15 verschillende teelten. Door die diversiteit houden we ons bedrijf weerbaar en krijgt de grond rust wanneer nodig. We kijken heel bewust naar de gewassen die elkaar opvolgen, en hoe deze een positief effect op elkaar kunnen hebben. Bij de granen telen we regelmatig verschillende soorten door elkaar heen, zoals oude rassen of peulen door de granen. De insecten hebben dan langer wat te eten, omdat de bloeitijd op verschillende momenten is, en al die gewassen hebben een andere manier van wortelen in de bodem, wat weer goed is voor de bodem.”
"We gebruiken vooral de mest van onze eigen koeien, die in de winter binnen op stal staan. Hierdoor kunnen we de mest met eigen stro verzamelen. Soms hebben bepaalde gewassen wat extra mest nodig in de lente, die we bij een kippenboer in de buurt halen. De kippen van onze collega-boer eten de reststromen die vanuit onze graanverwerking komen. Zo maken we de cirkel rond. We gebruiken geen chemische middelen en zijn daarvoor gecertificeerd via Demeter en SKAL.”
“We hebben zo’n 60 koeien die in de zomer op 120 hectare natuurgebied vrij rondlopen, dus alle ruimte hebben. Ze overwinteren in onze eigen potstal, dat betekent dat ze op hooi staan. De oudere koeien worden aan het einde van hun leven gebruikt als vlees.
Het is voor ons belangrijk om de natuur op en rondom het bedrijf te stimuleren. We bouwen poelen en planten struiken waar dat kan. Ook hebben we een grote houtwal langs de gehele slootkant, waar nu ook de bever is teruggekomen. We hebben afgesproken dat de sloot aan die kant niet gebaggerd wordt, zodat de schuilplekken het hele jaar door behouden blijven. Om het bedrijf heen zijn de boomsingels hersteld en hebben we op de akkers bloemenranden met akkerkruiden.”